Epilepsie

Epilepsie is een aandoening waarbij herhaaldelijk toevallen optreden. De frequentie van deze aanvallen kan sterk variëren: van eens in de paar jaar tot meerdere keren per maand, week of zelfs dag.

Bij een epileptische aanval ontstaat een ontregeling van de elektrische activiteit in de hersenen. Deze ontlading veroorzaakt uiteindelijk de zichtbare aanval. Ook bij de Sint-bernard komt epilepsie voor.

Globaal worden twee vormen onderscheiden: primaire en secundaire epilepsie.

Secundaire epilepsie

Bij secundaire epilepsie worden de aanvallen veroorzaakt door een onderliggende, aantoonbare aandoening. Hierbij kan gedacht worden aan ernstige lever- of nierproblemen, een te laag bloedsuikergehalte, hersenaandoeningen zoals infecties of tumoren, of vergiftigingen.

Honden van alle leeftijden kunnen secundaire epilepsie ontwikkelen, maar het wordt vaker gezien op latere leeftijd. Wanneer een hond voor het eerst een aanval krijgt, zal de dierenarts daarom altijd onderzoek doen, waaronder bloedonderzoek. Indien nodig kan aanvullend onderzoek zoals een CT-scan van de hersenen worden ingezet om bijvoorbeeld een hersentumor uit te sluiten.

Primaire epilepsie

Bij primaire epilepsie worden geen aanwijsbare lichamelijke oorzaken gevonden. Wanneer uit onderzoek geen afwijkingen blijken, wordt doorgaans de diagnose primaire epilepsie gesteld. De rest van deze informatie heeft betrekking op deze vorm.

Het verloop van een epileptische aanval

Epileptische aanvallen kunnen sterk verschillen in duur en ernst. De klassieke aanval verloopt meestal in drie fasen.

Aura of inleidende fase

Deze fase kan enkele seconden duren, maar soms ook uren of zelfs dagen. De hond vertoont afwijkend gedrag. Sommige honden worden aanhankelijk, andere juist onrustig. Soms hebben zij een wat afwezige of dwaze blik in de ogen. Deze fase wordt niet altijd herkend. Eigenaren die al meerdere aanvallen hebben meegemaakt, leren deze signalen vaak beter herkennen.

Ictusfase

Dit is de daadwerkelijke aanval. De hond kan omvallen en het bewustzijn verliezen. Er treden hevige krampen op over het hele lichaam, met krampachtige bewegingen van de poten. Klapperen met de kaken, schuimbekken en verlies van urine of ontlasting kunnen voorkomen.

Deze fase duurt meestal enkele minuten en kan zeer alarmerend ogen. Wanneer de aanval langer dan tien minuten aanhoudt, spreekt men van status epilepticus en moet altijd direct contact worden opgenomen met een dierenarts.

Post-ictale fase

Na de krampen komt de hond langzaam weer bij bewustzijn. Veel honden zijn tijdelijk gedesoriënteerd. Bewegingen kunnen ongecoördineerd zijn en vaak zijn zij opvallend hongerig of dorstig. Deze fase kan variëren van enkele seconden tot meerdere dagen.

De ernst van epilepsie verschilt sterk per hond. In sommige gevallen zijn de verschijnselen zo mild dat het lastig is om ze direct als epileptische aanval te herkennen.

Wat te doen tijdens een aanval

Een epileptische aanval is niet actief te stoppen. Tijdens de aanval heeft de hond geen bewuste controle over zijn lichaam. Het is belangrijk dat de eigenaar zo rustig mogelijk blijft.

  • Blijf kalm en observeer
  • Schuif indien nodig meubels opzij om verwondingen te voorkomen
  • Noteer de duur van de aanval en de verschijnselen
  • Probeer de hond niet vast te houden of te aaien
  • Geef geen tabletten tijdens de aanval
  • Bel direct een dierenarts wanneer de aanval langer dan tien minuten duurt

Is het de eerste aanval, maak dan de volgende dag een afspraak bij de dierenarts voor onderzoek. Wanneer primaire epilepsie al is vastgesteld en er meerdere aanvallen kort achter elkaar optreden, kan in overleg met de dierenarts thuismedicatie worden toegediend.

Behandeling en prognose

Na een enkele aanval wordt meestal niet direct gestart met medicatie. Eerst wordt gekeken naar de frequentie en ernst van de aanvallen. Sommige honden hebben slechts één of enkele aanvallen in hun hele leven en hebben geen behandeling nodig.

Behandeling wordt doorgaans overwogen wanneer aanvallen vaker dan eens per twee à drie maanden optreden of wanneer de herstelfase langdurig of zwaar verloopt. Medicatie is gericht op het verlengen van de aanvalsvrije periode, het verkorten van de duur van de aanval en het verminderen van de ernst.

Medicijnen tegen epilepsie kunnen bijwerkingen hebben. Daarom is het belangrijk behandelde honden jaarlijks te laten controleren met een algemeen bloedonderzoek.

Het bijhouden van een aanvalsdossier of dagboek is sterk aan te raden. Noteer per aanval:

  • Datum en frequentie
  • Duur van de verschillende fasen
  • Waargenomen verschijnselen

Met behulp van deze gegevens kan de dierenarts het verloop van de aandoening beter beoordelen en de therapie zo nodig aanpassen.

Veel honden met epilepsie kunnen, buiten de aanvallen om, een volledig normaal leven leiden en een normale leeftijd bereiken. In sommige gevallen slaat medicatie echter onvoldoende aan of nemen de aanvallen in ernst en frequentie toe. Wanneer de kwaliteit van leven ernstig wordt aangetast, kan uiteindelijk het moeilijke besluit tot euthanasie overwogen moeten worden.

Epilepsie is een ingrijpende aandoening, maar met goede begeleiding, observatie en samenwerking met de dierenarts kan in veel gevallen een stabiele en leefbare situatie worden bereikt.