Ras standaard

De officiële rasstandaard van de Sint-bernard is vastgelegd door de Fédération Cynologique Internationale (FCI Standaard nr. 61).

Land van oorsprong: Zwitserland
Publicatiedatum geldende standaard: 29-10-2003 (van kracht sinds april 2004)
Functie: Begeleidings-, waak- en erfhond
FCI Groep 2: Pinschers en Schnauzers, Dogachtigen, Zwitserse Sennenhonden en andere rassen
Sectie 2.2: Dogachtigen, type berghonden (zonder werkproef)

Met dank aan raskeurmeesters Martin van de Weijer en Jan van de Belt voor de vertaling vanuit de Duitstalige standaard.

Beknopte geschiedenis

De rasstandaard vindt zijn oorsprong bij de beroemde hospicehonden van de Grote Sint-Bernhardpas. Vanuit grote boerenhonden uit de regio werd generaties lang gefokt naar een vast ideaal type.

In 1884 werd het Zwitserse Hondenstamboek (S.H.S.B.) geopend. De Sint Bernard werd officieel erkend als Zwitsers ras en geldt sindsdien als nationale hond van Zwitserland.

Algemene verschijning

Er bestaan twee variëteiten:

  • Korthaar (stokhaar)
  • Langhaar

Beide variëteiten tonen:

  • Opvallende grootte
  • Indrukwekkend totaalbeeld
  • Harmonisch, krachtig en gespierd lichaam
  • Massief hoofd met attente, vriendelijke expressie

De Sint Bernard moet imponeren zonder log of zwaar te lijken.

Belangrijke verhoudingen

  • Romplengte : schofthoogte = 9 : 10
  • Hoofdlengte = iets meer dan 1/3 van de schofthoogte
  • Diepte voorsnuit : lengte voorsnuit ≈ 2 : 1
  • Borstdiepte in juiste verhouding tot schofthoogte

Harmonie is essentieel geen enkel onderdeel mag uit verhouding zijn.

Gedrag en karakter

De Sint Bernard is:

  • Van nature vriendelijk
  • Rustig tot levendig
  • Waakzaam
  • Zelfverzekerd

Angst of agressie zijn diskwalificerend.

Het hoofd

Algemeen

Massief en imponerend met krachtige uitdrukking.

Schedel

  • Breed en licht gewelfd
  • Duidelijke stop
  • Krachtig ontwikkelde wenkbrauwbogen
  • Matig ontwikkelde achterhoofdsknobbel

Aangezicht

Neus: zwart, breed, goed geopende neusgaten
Voorsnuit: gelijkmatig breed, rechte neusrug
Lippen: zwart gepigmenteerd, niet overmatig hangend
Gebit: krachtig schaar- of tanggebit
(P1 en M3 mogen ontbreken)

Ogen:

  • Middelgroot
  • Donkerbruin tot hazelnootkleurig
  • Vriendelijke uitdrukking
  • Goed gepigmenteerde oogleden

Oren:

  • Middelgroot
  • Hoog en breed aangezet
  • Driehoekig met afgeronde punten

Hals en lichaam

Hals: krachtig en voldoende lang, matige keelplooien

Rug: breed, krachtig en recht
Kruis: licht hellend
Borst: diep, goed gewelfde ribben (niet tonvormig)
Buiklijn: licht oplopend

Het totaalbeeld moet statig en gespierd zijn.

Staart

  • Breed en krachtig aangezet
  • Lang en zwaar
  • Reikt minimaal tot de hakken
  • In rust hangend, bij opwinding hoger gedragen

Een krulstaart over de rug is foutief.

Ledematen

Voorhand

  • Recht en parallel
  • Sterke botten
  • Goed aangesloten ellebogen
  • Brede, gesloten voeten

Achterhand

  • Krachtig bespierd
  • Matig gehoekt
  • Evenwijdig geplaatst
  • Stevige hakken

Hubertusklauwen zijn toegestaan mits ze het gangwerk niet storen.

Gangwerk

  • Harmonisch
  • Uitgrijpend
  • Krachtige stuwing vanuit de achterhand
  • Rug blijft stabiel

Correcte, rechtlijnige beweging is essentieel.

Vacht

Korthaar (stokhaar)

  • Dichte, vlak aanliggende bovenvacht
  • Dichte ondervacht
  • Staart dicht behaard

Langhaar

  • Rechte bovenvacht van middelmatige lengte
  • Dichte ondervacht
  • Bevedering aan voorbenen
  • Flinke broekbeharing
  • Bossige staart

Gekruld haar is foutief.

Kleur

Grondkleur: wit met roodbruine platen of mantel.

Toegestaan:

  • Roodbruin gestroomd
  • Bruingeel
  • Donkere hoofdaftekeningen
  • Lichte zwarte schakering

Verplichte witte aftekeningen:

  • Borst
  • Voeten
  • Staartpunt
  • Neusband
  • Bles
  • Nekvlek

Gewenst:

  • Witte kraag
  • Symmetrisch donker masker

Volledig wit of volledig roodbruin is diskwalificerend.

Grootte

Reuen: 70 – 90 cm
Teven: 65 – 80 cm

Grotere honden worden niet lager beoordeeld indien harmonie en correct gangwerk behouden blijven.

Fouten

Elke afwijking van de standaard wordt beoordeeld naar ernst.

Voorbeelden:

  • Gebrekkig geslachtstype
  • Geen harmonie
  • Te korte benen
  • Lichte ogen
  • Onvoldoende pigment
  • Foutief gangwerk
  • Onjuiste kleurverdeling

Diskwalificerende fouten

  • Angstig of agressief gedrag
  • Onder- of uitgesproken bovenbeet
  • Blauwe ogen
  • Entropion of ectropion
  • Ontbreken van grondkleur
  • Ondermaat
  • Duidelijke fysieke of gedragsstoornissen

Reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig ingedaalde testikels bezitten.

Tot slot

De rasstandaard vormt het fundament voor verantwoord fokken en beoordelen.

Hij bewaakt niet alleen het uiterlijk, maar ook het karakter, de gezondheid en de functionaliteit van deze indrukwekkende Zwitserse berghond.

Binnen onze club streven wij ernaar deze standaard met respect voor het oorspronkelijke type te behouden krachtig, harmonieus en bovenal vriendelijk.